ECLI:NL:CRVB:2006:AY0100
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van WAZ-uitkering ondanks betwisting van psychische arbeidsongeschiktheid
Appellante, sinds 1983 directeur-grootaandeelhouder van een CV, viel in april 2001 uit wegens fysieke klachten en kreeg daarna psychische klachten. Het UWV kende haar per 22 april 2002 een WAZ-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 45,4%, maar betaalde minder uit vanwege haar loon als directeur.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen het UWV-besluit ongegrond, waarbij werd overwogen dat de medische beoordeling, inclusief psychische beperkbaarheid, zorgvuldig was uitgevoerd en dat het rapport van neuropsycholoog Zaal onvoldoende aanleiding gaf om dit oordeel te wijzigen.
De Centrale Raad van Beroep sluit zich hierbij aan. De arbeidskundige beoordeling dat appellante de voorgestelde functies kan vervullen wordt ondersteund door een rapport van een arbeidsdeskundige. Ook het standpunt dat appellante niet volledig haar salaris zou hebben ontvangen wordt verworpen op basis van ingediende salarisstroken.
De Raad acht de medische gegevens, waaronder rapporten van verzekeringsartsen en psychologen, voldoende betrouwbaar en objectief. De eigen beleving van appellante wordt niet doorslaggevend geacht. Er is geen aanleiding om een onafhankelijke deskundige in te schakelen.
Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid en uitkering bevestigd.