ECLI:NL:CRVB:2006:AX8920
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WAO-uitkering wegens ongewijzigde belastbaarheid
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om geen WAO-uitkering toe te kennen na arbeidsongeschiktheid die op 5 juni 2001 is ingetreden. Het UWV stelde dat de belastbaarheid van appellant op 3 juli 2001 gelijk was aan die op 15 mei 2000, waardoor geen aanspraak op uitkering bestond. De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak.
Tijdens het hoger beroep heeft appellant zijn eerdere stellingen herhaald, maar zonder nieuwe medische gegevens die een vermindering van belastbaarheid aantonen. De Raad achtte het niet nodig een arbeidsdeskundig onderzoek te laten verrichten en baseerde zich onder meer op het rapport van de bezwaarverzekeringsarts, die ook informatie bij de behandelend therapeut had ingewonnen.
De Raad concludeert dat het UWV terecht heeft geoordeeld dat de belastbaarheid ongewijzigd is gebleven en dat het bestreden besluit daarom in stand kan blijven. Er is geen grond voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en het beroep wordt afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de WAO-uitkering wegens ongewijzigde belastbaarheid.