ECLI:NL:CRVB:2006:AX8872
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand ondanks beroep op dringende redenen
Appellante, geboren in 1936, ontvangt een pensioen en bijstand. Het College heeft de bijstand vanaf 1 april 2003 geblokkeerd en het recht op bijstand ingetrokken wegens het niet overleggen van bankafschriften. Vervolgens vorderde het College de kosten van bijstand terug over de periode 26 december 2002 tot 31 maart 2003.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen de terugvordering gegrond, vernietigde het besluit, maar hield de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand. De rechtbank oordeelde dat het College op grond van artikel 81 Abw Pro gehouden was tot terugvordering en dat het beroep op dringende redenen niet aannemelijk was.
In hoger beroep stond alleen de vraag centraal of er dringende redenen waren om geheel of gedeeltelijk van terugvordering af te zien. De Raad oordeelde dat de door appellante aangevoerde omstandigheden niet voldeden aan de strenge criteria voor dringende redenen, die alleen in bijzondere, incidentele gevallen gelden.
De Raad constateerde dat de vordering inmiddels was voldaan en bevestigde de aangevallen uitspraak. Het hoger beroep werd verworpen en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de terugvordering van bijstandskosten blijft in stand.