ECLI:NL:CRVB:2006:AX8805
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J.W. Schuttel
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na vijfdejaars beoordeling wegens geschiktheid voor eigen werk
Appellant ontving een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 80-100% na psychische klachten. Tijdens de vijfdejaars beoordeling stelde een verzekeringsarts vast dat de depressie in remissie was en dat appellant geschikt was voor zijn eigen werk als pijpfitter. Het Uwv trok daarop de WAO-uitkering in per 14 mei 2002.
Appellant voerde bezwaar aan met medische verklaringen van zijn huisarts en een psychologisch rapport, maar de bezwaarverzekeringsarts onderschreef het oorspronkelijke oordeel. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij het standpunt van een onafhankelijke psychiater werd gevolgd.
In hoger beroep stelde appellant dat hij nog steeds last had van een depressie, maar de Raad hechtte beslissende waarde aan het rapport van de psychiater Van der Poel, die concludeerde dat op de datum in geding geen psychiatrische stoornis meer aanwezig was en appellant geschikt was voor zijn werk. De Raad vond geen aanleiding het bestreden besluit te vernietigen en bevestigde de intrekking van de WAO-uitkering.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering per 14 mei 2002 wordt bevestigd omdat appellant geschikt is voor zijn eigen werk.