ECLI:NL:CRVB:2006:AX8801
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J.W. Schuttel
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens geschiktheid voor eigen werk
Appellante, werkzaam als telefoniste/receptioniste, kreeg een WAO-uitkering toegekend wegens hoge bloeddruk en arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Na gedeeltelijke werkhervatting en medische beoordeling door verzekeringsarts Manbodh en arbeidsdeskundige Welling werd zij geschikt bevonden voor haar eigen werk, waarna de WAO-uitkering per 13 augustus 2001 werd ingetrokken.
Appellante voerde bezwaar aan met het argument dat zij lijdt aan het ME-syndroom en niet duurzaam kan werken. De bezwaarverzekeringsarts en de Raad vonden echter geen aanleiding om het medische oordeel te herzien. De arbeidsdeskundige motiveerde dat de functieomschrijving en de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) een volledige geschiktheid voor het eigen werk ondersteunen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel in hoger beroep. Er waren geen medische gegevens die het oordeel konden weerleggen en de Raad zag geen grond voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De intrekking van de WAO-uitkering blijft daarmee in stand.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat appellante geschikt is voor haar eigen werk.