ECLI:NL:CRVB:2006:AX7811
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens juiste inschatting arbeidsmogelijkheden
Appellante stelde hoger beroep in tegen de weigering van het UWV om haar per 12 juni 2002 een WAO-uitkering toe te kennen. Zij betwistte de juistheid van de functionele mogelijkhedenlijst (FML), mede op grond van haar fibromyalgieklachten en medische informatie van haar huisarts en neuroloog.
De Raad overwoog dat de door verzekeringsarts Cordia opgestelde en door de bezwaarverzekeringsarts Van Hooff onderschreven FML een juiste inschatting geeft van appellantes fysieke en psychische belastbaarheid. Uit het medisch onderzoek bleek geen sprake van bewegingsbeperkingen of krachtsverlies, en de klachten werden deels als psychisch van aard beoordeeld. De aanvullende medische documenten gaven geen aanleiding tot een andere beoordeling.
De Raad bevestigde het bestreden besluit en oordeelde dat de functies die appellante kon vervullen binnen haar belastbaarheid vielen. Ook werd geen aanleiding gezien tot het inschakelen van een onafhankelijke medisch deskundige. Het feit dat appellante later een WAO-uitkering in de hoogste klasse kreeg toegekend, was niet relevant voor de situatie op de datum van 12 juni 2002.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het besluit tot weigering van de WAO-uitkering per 12 juni 2002 wordt bevestigd.