ECLI:NL:CRVB:2006:AX7804
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J.W. Schuttel
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over mate arbeidsongeschiktheid wegens onjuiste maatmanuren
Appellante stelde dat het UWV ten onrechte uitging van een werkweek van 25 uren voor de maatman bij de berekening van haar arbeidsongeschiktheid. De rechtbank Maastricht had het beroep van appellante gegrond verklaard en de mate van arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 35-45% per 2 juli 2001, waarbij werd uitgegaan van een volledige werkweek van 40 uren. Het UWV handhaafde echter het besluit tot verlaging van de uitkering op basis van een 25-urige werkweek.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de rechtbank terecht had vastgesteld dat appellante voor haar arbeidsongeschiktheid een volledige werkweek van 40 uren verrichtte en dat het UWV niet met een redelijke mate van zekerheid kon aannemen dat appellante minder uren zou hebben gewerkt als zij niet arbeidsongeschikt was geworden. Hierdoor berustte het besluit van het UWV op een onjuiste feitelijke en arbeidskundige grondslag.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het UWV en bepaalde dat het UWV een nieuwe beslissing moet nemen op het bezwaar van appellante, rekening houdend met een volledige werkweek. Tevens werd het UWV veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht aan appellante te vergoeden.
Uitkomst: Het besluit van het UWV tot verlaging van de arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuwe beslissing te nemen uitgaande van een volledige werkweek.