ECLI:NL:CRVB:2006:AX7439
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- N.J. Haverkamp
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkheid bezwaar en herziening WAO-uitkering
Appellant, voormalig divisie-directeur, meldde zich in 1998 ziek met psychische klachten en enkelklachten. Aan hem werd per 11 maart 1999 een WAO-uitkering toegekend van 80% of meer arbeidsongeschiktheid. Besluiten in 2002 weigerden een volledige WAO-uitkering per 1996 en trokken de uitkering in per 2001 wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij reeds sinds november 1995 volledig arbeidsongeschikt was.
De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen het tweede besluit niet-ontvankelijk omdat geen nieuwe gronden waren aangevoerd. De Centrale Raad oordeelt dat het UWV het medische onderzoek zorgvuldig heeft uitgevoerd en dat het rapport van de psychiater Frijns geen bewijs levert voor arbeidsongeschiktheid vanaf 1995. Appellant heeft geen aanvullende medische gegevens overgelegd. Wel blijkt dat appellant binnen de gestelde termijn alsnog gronden heeft aangevoerd tegen het tweede besluit, waardoor de rechtbank onjuist heeft geoordeeld over de niet-ontvankelijkheid.
De Raad vernietigt het oordeel over het tweede besluit en wijst die zaak terug naar de rechtbank voor verdere behandeling. Het hoger beroep faalt voor het eerste besluit. De Raad veroordeelt het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De overige delen van de aangevallen uitspraak worden bevestigd.
Uitkomst: De Raad vernietigt het oordeel over het tweede besluit, wijst die zaak terug naar de rechtbank en veroordeelt het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.