ECLI:NL:CRVB:2006:AX6446

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
18 mei 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
05-1638 MPW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Verzet
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:55 AwbArt. 8:88 AwbArt. 21 Beroepswet
Verwijzingen
7 uitgaand · 9 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring verzoek om herziening ambtenarenzaak afgewezen

Verzoeker heeft een verzoek om herziening ingediend tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep waarin een eerder verzoek om herziening was afgewezen. De Raad heeft dit verzoek niet-ontvankelijk verklaard omdat het betrekking had op een uitspraak waarbij reeds een verzoek om herziening was afgewezen.

De Raad verwijst naar vaste jurisprudentie waarin is bepaald dat een verzoek om herziening van een uitspraak die zelf al een herzieningsverzoek heeft behandeld, als zinloos wordt beschouwd en niet past binnen het systeem van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Verzoeker heeft geen nieuwe gronden aangevoerd die aanleiding geven om van deze vaste jurisprudentie af te wijken. Daarom is het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring ongegrond verklaard. De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het verzoek om herziening is ongegrond verklaard.

Uitspraak

05/1638 MPW
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het verzoek om herziening van:
[verzoeker], wonende te [woonplaats] (hierna: verzoeker),
van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 9 december 2004, nr. 03/5369 MPW, waarbij is beslist op het verzoek om herziening als bedoeld in artikel 8:88 van Pro de Awb en artikel 21 van Pro de Beroepswet van de door die Raad op 15 mei 1997, nr. 96/1409 MPW gegeven uitspraak, in het geding tussen:
verzoeker,
en
de Staatssecretaris van Defensie (hierna: de Staatssecretaris).
Datum uitspraak: 18 mei 2006
I. PROCESVERLOOP
Bij uitspraak, als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Awb en artikel 21 van Pro de Beroepswet, van 1 september 2005 heeft de Raad het door verzoeker ingediende verzoek om herziening van de door de Raad op 9 december 2004, nr. 03/5369 MPW onder toepassing van het bepaalde in artikel 8:88 van Pro de Awb gegeven uitspraak, niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van de Raad van 1 september 2005 heeft verzoeker verzet gedaan.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 13 april 2006. Daar is verzoeker in persoon verschenen. De Staatssecretaris heeft zich, zoals aangekondigd, niet laten vertegenwoordigen.
II. OVERWEGINGEN
Het verzoek om herziening van verzoeker is niet-ontvankelijk verklaard omdat het betrekking heeft op een uitspraak van de Raad waarin een verzoek om herziening is afgewezen.
Blijkens vaste jurisprudentie van de Raad (CRvB 21 februari 2002, LJN AD 9655) wordt, gelet op de omstandigheid dat op grond van artikel 8:88 van Pro de Awb immer van een (oorspronkelijke) uitspraak herziening kan worden gevraagd, indien de in dat artikel genoemde feiten en omstandigheden zich voordoen, het doen van een verzoek om herziening van een reeds eerder met toepassing van artikel 8:88 van Pro de Awb gewezen uitspraak als zinloos en dus als in het systeem niet passend beschouwd. In hetgeen verzoeker naar voren heeft gebracht ziet de Raad geen grond gelegen om van zijn vaste jurisprudentie af te wijken.
Gelet op het voorgaande dient het verzet ongegrond te worden verklaard.
Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door G.L.M.J. Stevens als voorzitter en J.C.F. Talman en W.D.M. van Diepenbeek als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van J.P. Schieveen als griffier, uitgesproken in het openbaar op 18 mei 2006.
(get.) G.L.M.J. Stevens.
(get.) J.P. Schieveen.