ECLI:NL:CRVB:2006:AX5376
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring wegens niet tijdig betalen griffierecht afgewezen
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Utrecht, maar dit werd door de Raad niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet tijdig was betaald. De griffierechtnota was tijdig ontvangen, maar door een administratieve fout binnen het advocatenkantoor van de gemachtigde werd de betaling niet op tijd uitgevoerd.
Appellant voerde aan dat hij het griffierecht tijdig aan zijn advocaat had voldaan en dat hem geen verwijt kan worden gemaakt voor de vertraging veroorzaakt door het kantoor. De Raad overwoog echter dat volgens vaste rechtspraak de gevolgen van nalatigheden van een gemachtigde voor rekening van de cliënt komen.
Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de Centrale Raad van Beroep op 19 mei 2006.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring wegens niet tijdige betaling van griffierecht wordt ongegrond verklaard.