ECLI:NL:CRVB:2006:AX4440
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.C. Bruning
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen WAO-uitkeringsbesluit vanwege medische en arbeidskundige beoordeling
Appellante, voormalig productiemedewerkster, viel uit wegens rugklachten en ontving een WAO-uitkering van 15 tot 25% arbeidsongeschiktheid. Na omscholing en een jaar dienstverband als junior loonadministrateur bleef de WAO-uitkering ongewijzigd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep stelde appellante dat ook psychische klachten waren ontstaan, waarvoor medicatie werd voorgeschreven en nader onderzoek gepland stond.
De Raad overwoog dat de medische basis van het besluit juist was, mede omdat een psychiater was geraadpleegd en de bevindingen waren betrokken bij de Functionele Mogelijkheden Lijst. Appellante leverde geen nieuwe medische gegevens aan. De arbeidskundige beoordeling met het CBBS-systeem voldeed na aanvullende toelichting aan de motiveringseisen. Het verlies aan verdiencapaciteit werd correct op circa 23% vastgesteld.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand conform artikel 8:72 Awb Pro. Tevens veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellante in eerste aanleg en hoger beroep, totaal €1.288,-, en tot vergoeding van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand; het UWV wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.