ECLI:NL:CRVB:2006:AX4376
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.C. Bruning
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering op basis van medisch en arbeidskundig onderzoek
Appellant, die sinds 1988 een WAO-uitkering ontvangt wegens arbeidsongeschiktheid, werd geconfronteerd met een herziening van zijn uitkering. Na diverse medische en arbeidskundige onderzoeken, waaronder rapportages van verzekeringsartsen en een longarts, werd vastgesteld dat appellant beperkingen heeft die leiden tot een verlies van verdiencapaciteit van ongeveer 52,77%.
De Raad heeft het medisch en arbeidskundig onderzoek uitgebreid gewogen, waarbij ook rapporten van een sportarts, klinisch psycholoog en een arts namens appellant zijn betrokken. De bezwaarverzekeringsarts en arbeidsdeskundige concludeerden dat de functionele mogelijkhedenlijst (FML) adequaat rekening houdt met de beperkingen van appellant.
Een door de Raad benoemde deskundige onderschreef grotendeels de medische beoordeling en achtte appellant in staat tot zittende arbeid met licht montage- of administratief werk. De Raad concludeert dat het bestreden besluit een deugdelijke grondslag heeft en bevestigt de uitspraak van de rechtbank, waarbij geen aanleiding is voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de verlaging van de WAO-uitkering op basis van een deugdelijke medische en arbeidskundige beoordeling.