ECLI:NL:CRVB:2006:AX3982
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende psychische beperkingen
Appellant ontving sinds 1987 een WAO-uitkering wegens psychische klachten en was sinds 1988 met behoud van uitkering in Turkije. Diverse medische rapporten, waaronder van Turkse en Nederlandse psychiaters, gaven uiteenlopende diagnoses en beperkingen weer. Het UWV stelde dat appellant met inachtneming van bepaalde beperkingen passende functies kon vervullen en trok de uitkering per 10 april 2002 in.
Appellant voerde aan dat zijn psychische beperkingen werden onderschat, maar de Raad achtte dit niet aannemelijk. De Raad hechtte doorslaggevende waarde aan onafhankelijke psychiatrische rapporten die geen ernstige beperkingen vaststelden die het verrichten van de voorgestelde functies onmogelijk maakten.
De Raad concludeerde dat de functies die aan de intrekking ten grondslag liggen, geen onaanvaardbare psychische belasting inhouden. Gezien de langdurige behandeling en medicatiegebruik achtte de Raad enige beperking op psychisch vlak aannemelijk, maar niet zodanig dat de uitkering onterecht werd ingetrokken.
De aangevallen uitspraak van de rechtbank Amsterdam werd bevestigd en er was geen grond voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De intrekking van de WAO-uitkering blijft daarmee in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering wegens onvoldoende psychische beperkingen.