ECLI:NL:CRVB:2006:AX3284
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens verzwegen inkomsten uit arbeid
Appellanten ontvingen een bijstandsuitkering volgens de norm voor gehuwden. Naar aanleiding van een anonieme tip stelde de sociale recherche een onderzoek in, waaruit bleek dat appellant werkzaamheden verrichtte bij Recticel zonder dit aan het College te melden. Dit was een schending van de inlichtingenverplichting op grond van artikel 65, eerste lid, van de Algemene bijstandswet (Abw).
Het College trok de bijstand over de periode van 1 juli 1999 tot en met 7 december 2000 in en vorderde de gemaakte kosten van bijstand terug. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en het hoger beroep van appellante werd niet-ontvankelijk verklaard omdat zij niet zelf beroep had ingesteld.
De Raad oordeelde dat het College terecht het recht op bijstand introk en de terugvordering toepaste, omdat appellant inkomsten uit arbeid verzweeg. Er waren geen dringende redenen om van intrekking of terugvordering af te zien. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en het hoger beroep van appellante werd niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt niet-ontvankelijk verklaard en het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard; de intrekking en terugvordering van bijstand worden bevestigd.