ECLI:NL:CRVB:2006:AX3240
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- J.Th. Wolleswinkel
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging tijdelijke aanstelling zonder conversie naar vast dienstverband
Appellant was als postdoc onderzoeker tijdelijk aangesteld bij de Universiteit Utrecht voor de duur van 1 april 2000 tot 1 oktober 2002, gefinancierd door NWO voor het L.E.J. Brouwer-project. Het College van Bestuur besloot de aanstelling niet te verlengen, wat na bezwaar werd gehandhaafd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de aanstellingsgrond correct was vermeld en geen sprake was van conversie.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de aanstelling geacht moest worden omgezet in een vast dienstverband op grond van artikel 3.9, vijfde lid, van de CAO NU, mede omdat het project feitelijk werd voortgezet en er nog financiering was. Het College betwistte dit en stelde dat de aanstelling rechtsgeldig was beëindigd.
De Raad oordeelde dat de aanstellingsgrond duidelijk en correct was vermeld en dat geen sprake was van een kennelijk onjuiste grond. Er waren geen toezeggingen of handelingen die appellant het vertrouwen konden geven op een vast dienstverband. Ook was het College gerechtigd het besluit te nemen de aanstelling niet te verlengen, ondanks dat het project deels werd voortgezet door anderen.
Daarmee werd het hoger beroep verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De Raad zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De tijdelijke aanstelling van appellant is rechtsgeldig beëindigd zonder conversie naar een vast dienstverband.