ECLI:NL:CRVB:2006:AX3108
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks betwisting belastbaarheidspatroon
Appellant, woonachtig in Turkije, was sinds 1989 arbeidsongeschikt verklaard met een uitkering op grond van de WAO. Het UWV had zijn uitkering per 9 oktober 2001 herzien naar een lagere mate van arbeidsongeschiktheid (35-45%). Appellant maakte bezwaar en stelde dat zijn klachten waren toegenomen en dat het belastbaarheidspatroon onjuist was vastgesteld.
De rechtbank Amsterdam oordeelde dat de medische beoordeling en het belastbaarheidspatroon juist waren vastgesteld, mede op basis van onderzoeken door verzekeringsartsen in Nederland en Turkije, en dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat zijn situatie was verslechterd. De rechtbank wees het verzoek om een deskundige af en verwierp de bezwaren tegen de geschiktheid van de geduide functies.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep het oordeel van de rechtbank. De Raad vond geen aanleiding om het besluit van het UWV te vernietigen, onder meer omdat de rapportage van een specialist die appellant had overgelegd onvoldoende onderbouwing bood en het belastbaarheidspatroon correct was vastgesteld. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant terecht is ingedeeld in de arbeidsongeschiktheidsklasse 35 tot 45%.