ECLI:NL:CRVB:2006:AX3055
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- C.W.J. Schoor
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens ontbreken 52 weken onafgebroken arbeidsongeschiktheid
Appellant, werkzaam als medewerker postkamer, meldde zich op 29 mei 2000 ziek wegens psychische klachten. De bedrijfsarts verklaarde hem op 21 juni 2000 hersteld, wat werd onderschreven door een verzekeringsarts op 26 juli 2000. Appellant werd op 28 juli 2000 ontslagen en vroeg in juli 2001 een WAO-uitkering aan. Deze werd afgewezen omdat hij niet 52 weken onafgebroken arbeidsongeschikt was.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij het oordeel van de bezwaarverzekeringsarts werd gevolgd. Appellant voerde aan dat hij al eerder klachten had en dat het besluit onzorgvuldig was genomen, maar de Raad stelde vast dat de bezwaarverzekeringsarts voldoende informatie had, waaronder van de huisarts, en dat het beeld van de functie juist was.
De Raad oordeelde dat de klachten niet ernstig genoeg waren om arbeidsongeschiktheid te rechtvaardigen gedurende de vereiste periode. Het rapport van Schumacher, gebaseerd op achteraf verkregen informatie, bood onvoldoende grond om het oordeel te herzien. De Raad zag geen noodzaak voor nader deskundigenonderzoek en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens het ontbreken van 52 weken onafgebroken arbeidsongeschiktheid.