ECLI:NL:CRVB:2006:AX2006
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J.W. Schuttel
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering Wajong-uitkering wegens niet voldoen aan arbeidsverleden kostwinner
Appellant, geboren in Marokko en op 14-jarige leeftijd naar Nederland gekomen, verzocht om een Wajong-uitkering wegens duurzame arbeidsongeschiktheid. Het UWV weigerde de uitkering omdat appellant niet voldeed aan de beleidsvoorwaarde dat de kostwinner van het gezin, zijn vader, minstens drie jaar onafgebroken in Nederland moet hebben gewerkt.
De rechtbank Amsterdam oordeelde dat het beleid van het UWV niet kennelijk onredelijk is en dat appellant niet voldeed aan de strikte uitleg van het begrip 'werken', waarbij perioden van werkloosheid niet worden meegeteld. Appellant stelde in hoger beroep dat deze uitleg onredelijk is en dat werkloosheidsuitkeringen ook als werken moeten worden beschouwd.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt het beleid en de strikte uitleg van het begrip 'werken'. Ziekteperiodes bij doorlopend dienstverband kunnen meegeteld worden, maar werkloosheidsperioden niet. Uit de gegevens blijkt dat de vader van appellant niet drie jaar onafgebroken heeft gewerkt. Daarom is de weigering van de Wajong-uitkering terecht en wordt het bestreden besluit bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Wajong-uitkering wegens het niet voldoen aan de beleidsvoorwaarde van drie jaar onafgebroken werken door de kostwinner.