ECLI:NL:CRVB:2006:AX1788
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H. Bolt
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid wegens onvoldoende onderzoek aanpassing werkzaamheden
Appellante was sinds 13 juni 2001 in dienst als administratief medewerkster en viel op 14 maart 2003 uit met RSI-achtige klachten. Het UWV had haar per 12 maart 2004 geschikt verklaard voor 30 uur gangbaar werk, maar weigerde een WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en handhaafde het besluit.
In hoger beroep stelde appellante dat de werkzaamheden bij werkhervatting niet wezenlijk verschilden van haar oude werk en niet aan haar beperkingen waren aangepast. De Raad constateerde dat het UWV geen eigen onderzoek had verricht naar de aanpassing van de werkzaamheden, maar blind had vertrouwd op aanbevelingen van derden en de werkgever.
De Raad oordeelde dat het UWV hiermee de verplichting uit artikel 3:2 van Pro de Awb had geschonden om de relevante feiten zorgvuldig te onderzoeken. Daarom werd het bestreden besluit vernietigd, evenals de aangevallen uitspraak van de rechtbank. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het besluit van het UWV tot weigering van de WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid is vernietigd wegens onvoldoende onderzoek naar aanpassing werkzaamheden.