ECLI:NL:CRVB:2006:AX1252
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit verlaging WAO-uitkering wegens onvoldoende functies
Appellante, werkzaam als oproepkracht kraamverzorgster, viel uit met klachten aan de linkerenkel. Het UWV kende haar een WAO-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 15 tot 25%. In hoger beroep stelde appellante dat de geselecteerde functies medisch te zwaar waren en dat onvoldoende functies resteren om een juiste schatting te maken.
De Raad stelde vast dat twee functies ongeschikt waren vanwege de belasting van staan en lopen, waardoor slechts 25 arbeidsplaatsen overbleven, onvoldoende voor een schatting. Daarnaast oordeelde de Raad dat het MULO-diploma van appellante gelijkwaardig is aan MAVO en dat functies met wisselende diensten passend kunnen zijn.
De medische beoordeling door verzekeringsartsen was adequaat en zorgvuldig, ondanks dat klachten na de peildatum waren toegenomen. Het besluit werd vernietigd wegens strijd met artikel 7:12 Awb Pro en het UWV werd opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen. Tevens werden proceskosten aan appellante toegekend.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen.