ECLI:NL:CRVB:2006:AW9696
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen WAO-uitkeringsbesluit met proceskostenvergoeding
Appellant maakte bezwaar tegen een herziening van zijn WAO-uitkering waarbij zijn arbeidsongeschiktheidspercentage werd vastgesteld op 35 tot 45%. Het bezwaar werd ongegrond verklaard en het beroep bij de rechtbank werd eveneens afgewezen. In hoger beroep stelde appellant dat het UWV de uitkering niet correct had vastgesteld.
De Raad stelde vast dat het UWV bij een besluit van 5 juli 2005 de arbeidsongeschiktheidsklasse met terugwerkende kracht had verhoogd naar 80 tot 100%, waarmee aan de wens van appellant volledig was voldaan. Hierdoor ontbrak procesbelang voor het hoger beroep, dat daarom niet-ontvankelijk werd verklaard.
De Raad oordeelde dat het UWV de proceskosten van appellant in beroep en hoger beroep diende te vergoeden, respectievelijk € 644,- en € 322,-, alsmede de wettelijke rente over de na te betalen uitkering. Kosten voor medische informatie werden niet vergoed vanwege onvoldoende specificatie. Het griffierecht van € 116,- werd eveneens aan appellant vergoed.
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en wettelijke rente.