ECLI:NL:CRVB:2006:AW7522
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J.W. Schuttel
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen terugvordering WAO-uitkering en vergoeding bezwaarkosten
Appellant stelde hoger beroep in tegen het besluit van het UWV tot terugvordering van een WAO-uitkering die onverschuldigd was betaald na beëindiging van de uitkering. De rechtbank had het beroep gegrond verklaard en het besluit vernietigd met de opdracht tot een nieuwe beslissing. Het UWV nam daarop een nieuw besluit dat grotendeels hetzelfde was als het eerdere.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het beroep mede gericht was tegen dit nieuwe besluit, maar dat appellant geen belang meer had bij het hoger beroep tegen dit besluit, waardoor het niet-ontvankelijk werd verklaard. De Raad verwierp de beroepsgronden van appellant, die stelde dat hij een gerechtvaardigde verwachting had dat de terugvordering niet zou plaatsvinden, mede gelet op een telefonisch onderhoud en de afwezigheid van schriftelijke toezeggingen.
Verder wees de Raad het verzoek van appellant af om vergoeding van in bezwaar gemaakte kosten, omdat dit niet tijdig was ingediend conform de Awb. De Raad zag geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling en bevestigde dat het UWV met het besluit van 10 maart 2004 een juiste uitvoering gaf aan de eerdere uitspraak.
Uitkomst: Het hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het besluit van 10 maart 2004 ongegrond verklaard.