ECLI:NL:CRVB:2006:AW7395
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- C.W.J. Schoor
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering WAZ-uitkering wegens juiste vaststelling arbeidsongeschiktheid en maatmaninkomen
Appellant begon in juli 1999 een broodjeszaak als zelfstandige en werd in november 2000 arbeidsongeschikt door nekklachten na een verkeersongeval. Het UWV stelde met behulp van het claim beoordelings- en borgingssysteem (CBBS) de belastbaarheid en geschiktheid voor functies vast, en berekende het maatmaninkomen op basis van de winst in 1999. Op grond hiervan werd een WAZ-uitkering geweigerd omdat appellant minder dan 25% arbeidsongeschikt zou zijn.
In bezwaar en beroep werd het standpunt van appellant dat hij de geselecteerde functies medisch niet kon vervullen, niet ondersteund door nieuwe stukken. De rechtbank en de Raad konden zich verenigen met de vaststelling van het maatmaninkomen en de geschiktheid voor de functies. De Raad oordeelde dat het CBBS in beginsel aanvaardbaar is, mits de motivering en verslaglegging voldoen aan hoge eisen.
Hoewel het bestreden besluit strijdig was met de Awb-artikelen 3:2 en 7:12 wegens onvoldoende motivering, kon de rechtsgevolgen daarvan in stand blijven omdat de ontbrekende onderbouwing alsnog was verstrekt. De aangevallen uitspraak werd vernietigd, het beroep gegrond verklaard en het besluit vernietigd met inachtneming van de rechtsgevolgen. Het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van de WAZ-uitkering wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand; het UWV wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.