ECLI:NL:CRVB:2006:AW7298
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- C.W.J. Schoor
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling boete wegens niet tijdig melden werkhervatting onder WAO
Appellant heeft beroep ingesteld tegen een boete van het UWV wegens het niet tijdig melden van werkhervatting, waarbij hij stelde dat de communicatie via de werkgever verliep en hij daardoor niet verwijtbaar handelde. De rechtbank had het beroep deels gegrond verklaard en het oorspronkelijke besluit vernietigd vanwege toepassing van het verkeerde boetebesluit.
Het UWV nam een nieuw besluit waarbij het Ticabesluit werd toegepast, met een lagere boete van €816,80. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant zijn meldingsplicht uit hoofde van artikel 80 WAO Pro zelf had en dat zijn fysieke en psychische toestand geen reden was voor verminderde verwijtbaarheid. De Raad verwierp het beroep en bevestigde de hoogte van de boete.
Verder oordeelde de Raad dat het UWV conform jurisprudentie voldoende duidelijkheid had gegeven over de wijze en termijn van terugbetaling, waardoor het bestreden besluit stand kon houden. Het beroep werd daarmee ongegrond verklaard.
Uitkomst: De boete van €816,80 wegens niet tijdig melden van werkhervatting wordt gehandhaafd en het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard.