ECLI:NL:CRVB:2006:AW7279
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. 't Hooft
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- Rechtspraak.nl
Afwijzing financiële tegemoetkoming vervoersvoorziening wegens adequaat alternatief
Appellant verzocht om een financiële tegemoetkoming voor de aanschaf van een autobusje vanwege zijn en zijn echtgenotes mobiliteitsbeperkingen. Gedaagde wees dit verzoek af, stellende dat de reeds toegekende voorzieningen, waaronder scootmobielen en vervoerskostenvergoedingen, adequaat waren.
Medische adviezen van verschillende instanties bevestigden dat er geen medische noodzaak bestond voor een eigen autobusje en dat de huidige voorzieningen voldoende waren om in de vervoersbehoefte te voorzien. Appellant voerde aan dat het ontbreken van bovenregionaal vervoer zou leiden tot sociaal isolement, maar dit werd niet onderbouwd met voldoende bewijs.
De Raad oordeelde dat de zorgplicht van het gemeentebestuur zich beperkt tot het bieden van vervoersvoorzieningen die deelname aan het leven in de directe woonomgeving mogelijk maken. De combinatie van reeds toegekende voorzieningen voldeed hieraan en was bovendien de goedkoopste adequate oplossing. Het beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het besluit bleven in stand. Gedaagde werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De afwijzing van de financiële tegemoetkoming voor een autobusje blijft in stand omdat de reeds toegekende voorzieningen adequaat en goedkoper zijn.