ECLI:NL:CRVB:2006:AW5265
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor vervanging tweepersoonsbed wegens onvoldoende bijzondere omstandigheden
Appellant, die sinds 4 april 2002 een bijstandsuitkering ontvangt, vroeg bijzondere bijstand aan voor de vervanging van zijn 13 jaar oude bed door een tweepersoonsbed vanwege zijn lichaamslengte. Het College van burgemeester en wethouders van Rotterdam wees deze aanvraag af, evenals het bezwaar hiertegen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In het hoger beroep beperkte appellant zich tot de meerkosten van een tweepersoonsbed ten opzichte van een eenpersoonsbed. De Raad oordeelde dat de kosten van duurzame gebruiksgoederen zoals een bed in principe uit het inkomen moeten worden bestreden, bijvoorbeeld via reservering of gespreide betaling. Alleen bij bijzondere omstandigheden die leiden tot noodzakelijke kosten die niet uit de bijstandsnorm en draagkracht kunnen worden voldaan, is bijzondere bijstand mogelijk.
De Raad stelde vast dat appellant de vervanging van het bed had kunnen voorzien, dat hij sinds 1985 in zijn levensonderhoud voorzag en dat het ontbreken van reserveringsruimte door schulden geen bijzondere omstandigheid is. Daarom bevestigde de Raad de eerdere uitspraak en wees de bijzondere bijstand af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van bijzondere bijstand voor de vervanging van een tweepersoonsbed wegens het ontbreken van bijzondere omstandigheden.