ECLI:NL:CRVB:2006:AW5233
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing vergoeding immateriële schade en bijstandsbedragen
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Dordrecht waarin zijn beroep tegen het besluit van het College van burgemeester en wethouders van Dordrecht werd afgewezen. Het geschil betreft de toekenning van aanvullende bijstand en bijzondere bijstand voor medische kosten, alsmede de vergoeding van vertragingsschade en immateriële schade.
De Raad constateert dat het College een nader onderzoek heeft ingesteld en aanvullende bijstand heeft toegekend over de periode van 1 juli 1998 tot en met 22 november 2002, inclusief bijzondere bijstand voor medische kosten en een vergoeding voor vertragingsschade. De vordering tot vergoeding van immateriële schade is afgewezen. Appellant betwist dat terecht een fictief inkomen is aangenomen en dat de toegekende bedragen onvoldoende zijn.
De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat het College terecht een fictief inkomen heeft aangenomen, mede omdat het standpunt van het College over de werkzaamheden en inkomsten van appellant niet is betwist. Tevens is niet gebleken dat er sprake is van vertraging in de betaling van medische kosten. De Raad ziet geen aanleiding tot een veroordeling in proceskosten en bevestigt de aangevallen uitspraak.
Uitkomst: De vordering tot vergoeding van immateriële schade wordt afgewezen en de toegekende bijstandsbedragen worden bevestigd.