ECLI:NL:CRVB:2006:AW4550
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- J.Th. Wolleswinkel
- W. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens overschrijding termijn ambtenaar
Appellant, werkzaam als ambtenaar bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, maakte bezwaar tegen een besluit van 2 september 2002 waarin hij niet werd bevorderd vanwege het niet voldoen aan functie-eisen. Dit bezwaar werd door de Minister ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond, vernietigde het bestreden besluit en verklaarde het bezwaar alsnog niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de bezwaartermijn.
In hoger beroep stelde de Centrale Raad van Beroep vast dat de bezwaartermijn van zes weken begint te lopen op de dag na verzending van het besluit, welke volgens vaste werkwijze op dezelfde dag als de datum van het besluit plaatsvond, namelijk 2 september 2002. De Raad concludeerde dat appellant het bezwaarschrift pas op 16 oktober 2002 indiende, na het verstrijken van de termijn van 14 oktober 2002.
De Raad oordeelde dat er geen verschoonbare reden was voor de termijnoverschrijding en bevestigde daarmee het oordeel van de rechtbank. Tevens wees de Raad een verzoek om vergoeding van proceskosten af. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 13 april 2006.
Uitkomst: Het bezwaar van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn zonder verschoonbare reden.