ECLI:NL:CRVB:2006:AW4221
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- C.W.J. Schoor
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging WAO-uitkering en toekenning wettelijke rente
Appellant stelde hoger beroep in tegen het besluit van het UWV tot beëindiging van zijn WAO-uitkering per 26 september 2002. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar het UWV nam later een nieuw besluit waarbij de WAO-uitkering werd voortgezet met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80 tot 100% vanaf dezelfde datum.
De Raad oordeelde dat het nieuwe besluit het eerdere besluit verving en dat het beroep tegen het bestreden besluit niet mede tegen het nieuwe besluit gericht kon zijn. Desondanks stelde de Raad vast dat appellant nog steeds belang had bij het hoger beroep vanwege zijn vordering tot schadevergoeding in de vorm van wettelijke rente over de na te betalen uitkering.
De Raad verwees naar eerdere jurisprudentie omtrent de berekening van wettelijke rente en stelde dat het UWV rekening moet houden met bruto verrekeningen en betalingen aan derden. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant, inclusief het betaalde griffierecht. De aangevallen uitspraak en het bestreden besluit werden vernietigd.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van de WAO-uitkering wordt vernietigd en het UWV wordt veroordeeld tot betaling van wettelijke rente en proceskosten aan appellant.