ECLI:NL:CRVB:2006:AW3832
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en weigering WAJONG-uitkering na medisch deskundigenonderzoek
Appellante heeft een WAJONG-uitkering genoten, die per 30 juni 2000 is ingetrokken omdat zij minder dan 25% arbeidsongeschikt werd geacht. Appellante betwistte dit vanwege rug-, nekklachten en ernstige depressiviteit. De Raad benoemde een onafhankelijke psychiater, Koerselman, die concludeerde dat er geen sprake was van ziekte of gebrek in de zin van WAJONG en dat appellante de geduide functies kon verrichten.
Appellante overhandigde tegenrapporten van andere psychiaters en een psycholoog die haar beperkingen bevestigden, maar de Raad vond het rapport van Koerselman zorgvuldig, consistent en uitgebreid gemotiveerd en volgde zijn oordeel. Ook het hoger beroep tegen de weigering van een nieuwe WAJONG-uitkering wegens vermeende toegenomen arbeidsongeschiktheid werd afgewezen.
De Raad oordeelde dat er geen feiten of omstandigheden waren die aanleiding gaven af te wijken van het medisch oordeel van Koerselman. De aangevallen uitspraken van de rechtbank Arnhem werden bevestigd, waarmee de intrekking en weigering van de WAJONG-uitkering stand hielden.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en weigering van de WAJONG-uitkering van appellante.