ECLI:NL:CRVB:2006:AW3561
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- J.Th. Wolleswinkel
- W. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Ontslag ambtenaar wegens ernstige verstoring van onderlinge verhoudingen bij universiteit
Appellant was jarenlang in tijdelijke dienst als wetenschappelijk onderzoeker bij de Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR) en de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen (KNAW). Na langdurige tijdelijke aanstellingen werd appellant per 1 januari 1998 in vaste dienst genomen, ondanks eerdere intenties van het College om dit te voorkomen vanwege samenwerkingsproblemen.
Het College verleende appellant ontslag per 1 juli 2002 wegens ernstige verstoring van de onderlinge verhoudingen met prof. H, zijn direct leidinggevende. Dit ontslag werd ondersteund door een extern rapport van BrandLind & Partners, waarin werd vastgesteld dat appellant niet in teamverband kon werken en wantrouwend stond tegenover collega’s. Het College heeft geprobeerd herplaatsingsmogelijkheden te vinden, maar zonder resultaat.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel. De Raad vond dat het College geen overwegend aandeel had in het ontstaan van de verstoorde verhoudingen en dat de toegekende uitkering op grond van de Werkloosheidsregeling Nederlandse Universiteiten (WNU) redelijk en billijk was. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het ontslag van appellant wordt bevestigd.