ECLI:NL:CRVB:2006:AW3100
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H.G. Rottier
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens vast dienstverband en loondoorbetalingsverplichting
Appellant verzocht om een WW-uitkering, welke door het UWV aanvankelijk werd geweigerd wegens verwijtbare werkloosheid. Later wijzigde het UWV dit standpunt en ontzegde de uitkering omdat appellant nog een vast dienstverband had met loondoorbetalingsverplichting. Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar deze werden ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellant dat de rechtbank ten onrechte aannam dat de werkgever een loondoorbetalingsverplichting had vanaf 15 januari 2003. De Centrale Raad van Beroep volgde de rechtbank en oordeelde dat appellant geen aanspraak kon maken op een WW-uitkering omdat hij niet werkloos was in de zin van de WW, mede omdat hij recht had op onverminderde loonbetaling.
Verder werd vastgesteld dat appellant op 15 januari 2003 geschikt was voor zijn werk als heftruckchauffeur en dat de werkgever hem had moeten toelaten tot het werk. Omdat de werkgever dit niet deed, ontstond een loondoorbetalingsverplichting. Appellant had geen bezwaar gemaakt tegen het WAO-besluit, waardoor zijn grieven hierover niet tot ander oordeel konden leiden.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de aangevallen uitspraak en wees proceskosten af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WW-uitkering wegens het bestaan van een vast dienstverband met loondoorbetalingsverplichting.