ECLI:NL:CRVB:2006:AW1940
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- J.Th. Wolleswinkel
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van tegemoetkoming in ziektekosten naar rato van arbeidsduur en het verbod op onderscheid naar arbeidsduur
Appellante, werkzaam bij het Bestuur Openbaar Onderwijs Rotterdam met een half-time dienstverband, vorderde een volledige tegemoetkoming in haar ziektekosten. Deze was door gedaagde toegekend naar rato van haar arbeidsduur, hetgeen appellante betwistte als strijdig met het verbod op onderscheid naar arbeidsduur volgens artikel 125g van de Ambtenarenwet.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad oordeelt dat de toepassing van artikel 10 van Pro het Besluit tegemoetkoming ziektekosten en inkomenstoeslag onderwijs- en onderzoekspersoneel (ZKOO) correct is en dat het toekennen van een tegemoetkoming naar rato van de arbeidsduur geen verboden onderscheid vormt.
De Raad verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin werd vastgesteld dat een onderscheid naar arbeidsduur slechts verboden is indien het tot benadeling leidt. In dit geval is de tegemoetkoming een bijzonder geldelijk voordeel dat evenredig wordt opgebouwd en uitbetaald, waardoor geen sprake is van benadeling. Tevens wijst de Raad het betoog van appellante over een vermeende schending van de informatieplicht af, omdat zij onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij onjuist is voorgelicht.
De Raad bevestigt het oordeel van de rechtbank en wijst het beroep af, zonder proceskosten toe te kennen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de tegemoetkoming in ziektekosten naar rato van arbeidsduur geen verboden onderscheid oplevert en wijst het beroep af.