ECLI:NL:CRVB:2006:AW1581
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen bijstandsuitkering voor periode voorafgaand aan melding bij CWI zonder bijzondere omstandigheden
Appellant had na een geweigerde WAO-uitkering bijstand aangevraagd met ingang van de datum van melding bij de CWI. De bijstand werd toegekend vanaf 24 maart 2003, de datum van de eerste melding bij CWI. Appellant stelde dat de bijstand al vanaf 12 juli 2002 had moeten ingaan en maakte bezwaar tegen het besluit.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de appellant ging in hoger beroep. De Centrale Raad van Beroep overwoog dat volgens vaste rechtspraak bijstand in beginsel niet wordt verleend over een periode voorafgaand aan de datum van melding bij CWI, tenzij bijzondere omstandigheden dat rechtvaardigen.
De Raad stelde vast dat appellant geen gegronde reden had om te wachten met melden en dat medische gegevens geen belemmering vormden. Ook de terugvordering van WAO-voorschotten was geen bijzondere omstandigheid. Appellant beschikte feitelijk over een hoger inkomen dan de bijstandsnorm in de betreffende periode.
De Raad bevestigde daarom het oordeel van de rechtbank en wees het verzoek om schadevergoeding af. Proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: De bijstand wordt niet toegekend voor de periode vóór de melding bij CWI wegens het ontbreken van bijzondere omstandigheden.