ECLI:NL:CRVB:2006:AW1347
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Beslissing over bijzondere bijstand voor vliegticket, transportkosten en woninginrichting
Appellant, afkomstig uit Iran, vroeg bijzondere bijstand aan voor de kosten van het vliegticket van zijn echtgenote, de transportkosten van haar bagage en de leges voor een verblijfsvergunning, alsmede voor woninginrichting. De gemeente Groningen wees deze aanvragen af. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond maar handhaafde de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit.
De Raad oordeelt dat de kosten van het vliegticket en de transportkosten niet aan Nederland zijn verbonden en daarom geen bijzondere bijstand rechtvaardigen. Ook de leges behoeven geen vergoeding omdat deze al voldaan waren bij aanvraag. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt.
Voor de kosten van woninginrichting constateert de Raad dat de gemeente onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de noodzaak van deze kosten en dat appellant de verklaring dat deze kosten niet noodzakelijk zouden zijn, betwist. Daarom vernietigt de Raad het deel van het besluit dat deze kosten betreft en beveelt een nieuw besluit op bezwaar. Tevens veroordeelt de Raad de gemeente in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: De afwijzing van bijzondere bijstand voor woninginrichting wordt vernietigd en een nieuw besluit op bezwaar wordt bevolen, terwijl afwijzing voor vliegticket, transportkosten en leges wordt bevestigd.