ECLI:NL:CRVB:2006:AW1290
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- R.H.M. Roelofs
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugvorderingsbesluit leenbijstand wegens verjaring en toekenning schadevergoeding
Appellanten ontvingen in 1992 leenbijstand van het College van burgemeester en wethouders van de gemeente IJsselstein, bestemd voor bedrijfskapitaal. Het College vorderde in 2003 terugbetaling van deze lening, vermeerderd met rente, maar beperkte dit in 2004 tot de hoofdsom. De rechtbank wees het beroep van appellanten op verjaring af en verklaarde het beroep ongegrond.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de vordering tot terugbetaling een verbintenis uit overeenkomst is, vallend onder de artikelen 3:307 en volgende van het Burgerlijk Wetboek. De verjaringstermijn van vijf jaar begon op 1 januari 1997. De Raad stelt vast dat geen schriftelijke aanmaning of mededeling is gedaan die de verjaring heeft gestuit. De jaarlijkse saldobrieven waren onvoldoende duidelijk om als stuiting te gelden.
Daarom is de vordering verjaard en vernietigt de Raad het besluit van 20 april 2004. Omdat appellanten de lening onverschuldigd hebben terugbetaald, veroordeelt de Raad het College tot vergoeding van de wettelijke rente als schadevergoeding. Tevens worden de proceskosten van appellanten toegewezen.
Uitkomst: Het besluit tot terugvordering van leenbijstand wordt vernietigd wegens verjaring en het College wordt veroordeeld tot schadevergoeding en proceskosten.