ECLI:NL:CRVB:2006:AV9528
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H. Bolt
- R.P.Th. Elshoff
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag loonsuppletie wegens onvoldoende arbeidsduur in dienstbetrekking
Appellant had een WW-uitkering en werkte als tijdelijke kracht bij TPG-Post gemiddeld tien uur per week. Hij vroeg loonsuppletie aan omdat zijn loon lager was dan zijn WW-uitkering. De aanvraag werd afgewezen omdat hij niet voldeed aan de voorwaarde van minimaal twaalf uur per week arbeid in dienstbetrekking.
De rechtbank wees het beroep af, mede op een afwijzingsgrond die niet aan het besluit ten grondslag lag. De Centrale Raad van Beroep vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank wegens strijd met artikel 8:69 Awb Pro, dat bepaalt dat de bestuursrechter zich moet beperken tot de aan het besluit ten grondslag gelegde gronden.
De Raad oordeelde dat de voorwaarde voor loonsuppletie is dat de arbeidsovereenkomst een arbeidsduur van ten minste twaalf uur per week bevat, ongeacht het feitelijke aantal gewerkte uren. Aangezien appellant slechts een contract had voor gemiddeld tien uur per week, voldeed hij niet aan deze voorwaarde. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
De Raad wees een proceskostenveroordeling af en bepaalde dat het griffierecht aan appellant wordt vergoed. De uitspraak is gedaan door voorzitter T. Hoogenboom en leden H. Bolt en R.P.Th. Elshoff op 15 maart 2006.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard omdat hij niet voldoet aan de voorwaarde van minimaal twaalf uur per week arbeid in dienstbetrekking voor loonsuppletie.