ECLI:NL:CRVB:2006:AV9482
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- C.P.J. Goorden
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid na ontbinding dienstverband
Appellant was sinds november 2001 werkzaam bij Amphenol Benelux B.V. en kreeg in februari 2003 een meningsverschil met zijn werkgever over salaris en bonus. Hij beschuldigde zijn leidinggevenden van manipulatie en noemde hen leugenaar. Op 24 februari 2003 werd afgesproken het dienstverband met wederzijds goedvinden te beëindigen. Appellant leverde zijn sleutels in en meldde zich ziek.
De kantonrechter ontbond de arbeidsovereenkomst per 1 juni 2003 en kende een vergoeding toe. Appellant vroeg daarop een WW-uitkering aan, die door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen werd geweigerd wegens verwijtbare werkloosheid. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond omdat hij onvoldoende verweer had gevoerd tegen de ontbinding.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. De Raad stelt vast dat appellant bewust heeft ingestemd met de beëindiging en onvoldoende heeft geprobeerd zijn dienstverband te behouden. Het beroep op ongelijke behandeling faalt omdat appellant geen vergelijkbare gevallen aandraagt. De Raad concludeert dat appellant verwijtbaar werkloos is geworden en de uitkering terecht is geweigerd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid.