ECLI:NL:CRVB:2006:AV9061
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- J.W. Schuttel
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek tot terugkomen van WAO-besluit wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant, voormalig zelfstandig slager, ontving sinds 1991 een arbeidsongeschiktheidsuitkering. In 1996 werd deze uitkering ingetrokken omdat hij volgens het bestuursorgaan geschikt was voor passende arbeid met minder dan 25% arbeidsongeschiktheid. De rechtbank vernietigde dit besluit vanwege een onjuiste vaststelling van het maatmaninkomen, maar het bestuursorgaan stelde hoger beroep in. De Centrale Raad van Beroep oordeelde in 2000 dat de schatting terecht was gebaseerd op loondienstfuncties.
Appellant verzocht later om terug te komen op het besluit van 1996, stellende dat er sprake was van nieuwe feiten en veranderde omstandigheden, waaronder een mislukte werkhervatting en een toename van klachten. Dit verzoek werd door het bestuursorgaan afgewezen en de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
De Raad stelt dat het verzoek om terug te komen op het besluit alleen kan slagen als er nieuwe feiten of veranderde omstandigheden zijn die dat rechtvaardigen. De Raad verwerpt het argument van appellant dat de hernieuwde uitval met dezelfde klachten een nieuw feit is, omdat dit reeds eerder in rechte aan de orde had kunnen komen. Ook acht de Raad de toekenning van een volledige WAO-uitkering in 1997 geen nieuw feit dat terugkomen rechtvaardigt.
De Raad concludeert dat het bestuursorgaan terecht het verzoek heeft afgewezen en bevestigt het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er worden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het verzoek tot terugkomen op het eerdere WAO-besluit wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.