ECLI:NL:CRVB:2006:AV8875
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D. J. van der Vos
- J.W. Schuttel
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging WAO-uitkering wegens onvoldoende onderbouwing arbeidskundige beoordeling
Appellante, laatstelijk werkzaam als meewerkend voorvrouw, ontving een WAO-uitkering vanwege arbeidsongeschiktheid na een verkeersongeval in 1999. Gedaagde beëindigde de uitkering per 7 oktober 2002 op grond van het oordeel dat appellante geen relevant verlies aan verdienvermogen meer had.
De verzekeringsartsen stelden eenduidig vast dat appellante arbeidsbeperkingen heeft, inclusief psychische beperkingen en beperkingen in hand- en vingervaardigheid. De arbeidsdeskundige concludeerde echter dat appellante in staat zou zijn om vier voorbeeldfuncties uit te oefenen, ondanks deze beperkingen.
De Raad oordeelt dat de medische beoordeling door verzekeringsartsen adequaat is, maar dat de arbeidskundige beoordeling onvoldoende rekening houdt met de fijnmotorische beperkingen die essentieel zijn voor de genoemde functies. Hierdoor is de arbeidskundige motivering onvoldoende onderbouwd.
De Raad vernietigt daarom het bestreden besluit en het vonnis van de rechtbank, verklaart het hoger beroep gegrond en beveelt gedaagde een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt gedaagde veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van de WAO-uitkering wordt vernietigd en gedaagde wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.