ECLI:NL:CRVB:2006:AV8867
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D. J. van der Vos
- J.W. Schuttel
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende motivering verzekeringsgeneeskundig oordeel
Gedaagde was sinds mei 1998 werkzaam bij Vriens Archeo B.V. en staakte haar werkzaamheden in december 1999 wegens gezondheidsproblemen, waaronder een nierziekte en hoge bloeddruk. Na een verzekeringsgeneeskundig onderzoek in november 2000 werd een arbeidsongeschiktheidsuitkering toegekend. Een volgend onderzoek in maart 2002 concludeerde dat gedaagde geschikt was voor haar werk, waarop de WAO-uitkering per juni 2002 werd beëindigd.
Gedaagde voerde bezwaar aan met medische onderbouwing van haar nefroloog, die stelde dat haar bloeddruk onvoldoende onder controle was en uitbreiding van werkzaamheden nadelig kon zijn. De bezwaarverzekeringsarts onderschreef het eerdere oordeel, maar negeerde de medische bezwaren en hield rekening met persoonlijke omstandigheden, wat volgens de Raad niet relevant was.
De rechtbank vernietigde het besluit wegens onvoldoende motivering, en de Raad bevestigt deze uitspraak. De verzekeringsgeneeskundige rapportages geven onvoldoende inzicht waarom het oordeel van de behandelende arts werd genegeerd en berusten op een onvolledig en mogelijk onjuist beeld van de gezondheidstoestand van gedaagde. De Raad veroordeelt appellant in de proceskosten en bevestigt de vernietiging van het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vernietiging van het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wegens onvoldoende motivering.