ECLI:NL:CRVB:2006:AV8701
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstand wegens gezamenlijke huishouding en wederzijdse zorg
In deze zaak heeft het College van burgemeester en wethouders van Tilburg het recht op bijstand van gedaagde ingetrokken omdat zij een gezamenlijke huishouding voert met haar partner. De voorzieningenrechter had het besluit vernietigd wegens onvoldoende bewijs van wederzijdse zorg.
De Centrale Raad van Beroep stelt dat onder de WWB sprake is van een gezamenlijke huishouding indien twee personen hun hoofdverblijf delen en blijk geven van wederzijdse zorg, waarbij financiële verstrengeling een belangrijk criterium is. Uit het onderzoek blijkt dat gedaagde en haar partner samenwonen sinds 1972 en dat er sprake is van wederzijdse zorg, onder meer door het delen van kosten en verzorging.
De Raad concludeert dat gedaagde geen zelfstandig recht op bijstand heeft als alleenstaande, en verklaart het beroep tegen het besluit van 11 november 2004 ongegrond. De uitspraak van de voorzieningenrechter wordt vernietigd, en het besluit tot intrekking van de bijstand blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de bijstand wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.