ECLI:NL:CRVB:2006:AV8598
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging en terugvordering bijstandsuitkering wegens verzwegen gezamenlijke huishouding
Appellante ontving sinds 1996 een bijstandsuitkering als alleenstaande ouder. Naar aanleiding van een vermoeden van samenwoning met haar partner stelde de gemeente Arnhem een onderzoek in dat concludeerde dat zij vanaf 13 februari 2002 een gezamenlijke huishouding voerden.
Op basis hiervan beëindigde de gemeente het recht op bijstand met ingang van 1 mei 2003 en vorderde zij de kosten van bijstand over de periode van 13 februari 2002 tot 1 mei 2003 terug. De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen deze besluiten grotendeels ongegrond, waarbij werd vastgesteld dat appellante haar inlichtingenplicht had geschonden door de gezamenlijke huishouding te verzwijgen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak en oordeelt dat appellante vanaf 1 mei 2003 niet langer als zelfstandig bijstandsgerechtigde kon worden beschouwd. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Het hoger beroep van appellante wordt verworpen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit tot beëindiging en terugvordering van de bijstand wordt bevestigd.