ECLI:NL:CRVB:2006:AV8561
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens termijnoverschrijding griffierecht
Opposant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank, maar dit hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was betaald. Tegen deze beslissing werd verzet aangetekend.
De Raad heeft partijen de gelegenheid gegeven zich te laten horen, maar zij zijn niet verschenen. De Raad bevestigt dat er geen redenen zijn om het verzet gegrond te verklaren, mede omdat opposant geen gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid om bijzondere bijstand aan te vragen voor de griffierechtkosten.
Op grond van artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht wordt het verzet ongegrond verklaard. Er worden geen proceskosten aan opposant opgelegd.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wegens niet tijdige betaling van het griffierecht wordt ongegrond verklaard.