ECLI:NL:CRVB:2006:AV7772
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buiten behandeling laten aanvraag bijstandsuitkering wegens niet tijdig verstrekken gegevens
Appellant diende op 12 augustus 2003 een aanvraag om bijstand in bij het college van burgemeester en wethouders van Utrecht. Het college stelde de aanvraag op 3 oktober 2003 buiten behandeling omdat appellant niet tijdig de gevraagde financiële gegevens had verstrekt, ondanks herhaalde verzoeken en een gestelde uiterste inleverdatum van 1 oktober 2003.
Appellant voerde aan dat hij niet op de hoogte was van de uiterste datum en dat de brief niet in zijn dossier zat. De Raad achtte dit onvoldoende en stelde vast dat appellant meerdere malen in de gelegenheid was gesteld de benodigde documenten aan te leveren, waaronder bank- en boekhoudkundige gegevens over de exploitatie van een café tot 15 mei 2001. Appellant had ook toegezegd deze gegevens te zullen aanleveren maar deed dit niet tijdig.
De Raad oordeelde dat het college terecht de aanvraag buiten behandeling heeft gelaten conform artikel 4:5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, omdat de aanvraag onvoldoende was voor een goede beoordeling. Ook de in beroep overgelegde documenten na het primaire besluit konden niet meer in de beoordeling worden betrokken. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand is terecht buiten behandeling gelaten wegens het niet tijdig verstrekken van de gevraagde gegevens.