ECLI:NL:CRVB:2006:AV7770
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenverplichting
Appellante ontving bijstand van 12 augustus 2002 tot 6 januari 2003. Uit onderzoek bleek dat zij sinds 10 november 1999 een auto op haar naam had staan, zonder dit te melden aan het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven. De auto werd als vermogensbestanddeel beschouwd, met een waarde tussen € 2.500 en € 25.000.
Het college trok het recht op bijstand met ingang van 12 augustus 2002 in en vorderde de kosten van bijstand terug. Appellante stelde dat de auto eigendom was van haar werkgever en zij er geen beschikking over had, maar leverde geen verifieerbare gegevens ter onderbouwing. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Raad bevestigt deze uitspraak.
De Raad oordeelt dat appellante de inlichtingenverplichting uit artikel 65 Abw Pro heeft geschonden door het bezit van de auto niet te melden. Omdat geen duidelijke informatie over de waarde van de auto werd verstrekt, kon het recht op bijstand niet juist worden beoordeeld. Er zijn geen dringende redenen om van intrekking of terugvordering af te zien. De Raad wijst het hoger beroep af en bevestigt de terugvordering van € 3.571,79.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de intrekking en terugvordering van de bijstandsuitkering worden bevestigd.