ECLI:NL:CRVB:2006:AV7769
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens te late betaling griffierecht ongegrond verklaard
Opposant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, maar dit hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was betaald. Tegen deze niet-ontvankelijkverklaring heeft opposant verzet aangetekend.
De Raad heeft het verzet behandeld op zitting waarbij geen van beide partijen zich liet vertegenwoordigen. Uit de motivering blijkt dat opposant geen gronden heeft aangevoerd die het niet tijdig voldoen van het griffierecht kunnen rechtvaardigen, ondanks herhaalde verzoeken van de Raad om nadere verzetsgronden in te dienen.
De Raad concludeert dat het verzet ongegrond is en bevestigt daarmee de eerdere niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep. Er zijn geen omstandigheden aanwezig die toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb rechtvaardigen.
De uitspraak is gedaan door de Centrale Raad van Beroep op 24 maart 2006, waarbij het verzet formeel ongegrond is verklaard en het hoger beroep als niet-ontvankelijk blijft.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wegens te late betaling van het griffierecht wordt ongegrond verklaard.