ECLI:NL:CRVB:2006:AV7629
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.G.M. Simons
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van hogere eigen bijdrage AWBZ voor WAO-uitkeringsgerechtigde versus Wajong-uitkeringsgerechtigden
Appellant, een WAO-uitkeringsgerechtigde die verblijft in een AWBZ-instelling, maakte bezwaar tegen de vaststelling van zijn eigen bijdrage AWBZ, omdat deze hoger was dan die van medebewoners met een Wajong-uitkering. De rechtbank Utrecht verklaarde het beroep ongegrond en deze uitspraak werd in hoger beroep bevestigd door de Centrale Raad van Beroep.
De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat het onderscheid in eigen bijdrage op redelijke en objectieve gronden berust. Het Bijdragebesluit maakt een onderscheid tussen WAO- en Wajong-uitkeringsgerechtigden, omdat WAO-gerechtigden doorgaans een betere inkomens- en sociale verzekeringspositie hebben opgebouwd door eerdere arbeidsparticipatie, terwijl Wajong-gerechtigden vaak beperkte mogelijkheden hebben om hun inkomenspositie te verbeteren.
De Raad oordeelt dat dit verschil in inkomenspositie een gerechtvaardigde grondslag vormt voor het verschillende tarief in eigen bijdrage, en dat de gelijke leefsituatie in de AWBZ-instelling niet leidt tot strijd met het gelijkheidsbeginsel. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De hogere eigen bijdrage AWBZ voor de WAO-uitkeringsgerechtigde wordt bevestigd en niet in strijd geacht met het gelijkheidsbeginsel.