ECLI:NL:CRVB:2006:AV6418
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H. Bolt
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid
Appellant heeft een WW-uitkering aangevraagd die door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) per 15 december 2003 blijvend geheel is geweigerd wegens verwijtbare werkloosheid. Dit besluit is gehandhaafd na bezwaar en door de rechtbank Rotterdam bevestigd. Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Raad overwoog dat appellant op 20 oktober 2003 te laat op het werk verscheen, tijdens werktijd huiswaarts keerde om bedrijfskleding aan te trekken en niet alle postpakketten bezorgde. Dit gedrag volgde op een laatste waarschuwing in juli 2003. De Raad vond dat appellant zich zodanig verwijtbaar had gedragen dat hij redelijkerwijs moest begrijpen dat dit tot ontslag kon leiden.
Hoewel het ontslag op staande voet was ingetrokken en de arbeidsovereenkomst later werd ontbonden wegens een verschil van inzicht, stond dit niet in de weg aan de conclusie dat appellant verwijtbaar werkloos is geworden. De Raad vond geen reden om het besluit te vernietigen en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid.