ECLI:NL:CRVB:2006:AV5892
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling hoogte boete bij derde overtreding 5%-regeling loonadministratie
In deze zaak betreft het een geschil over de hoogte van een door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) opgelegde boete aan een werkgever wegens het niet tijdig melden van een loonsomverandering van meer dan 5% (de zogeheten 5%-regeling).
De rechtbank had de boete van € 2.377,-- verlaagd naar € 1.585,-- omdat zij oordeelde dat de boete bij een derde overtreding te hoog en niet evenredig was, mede vanwege een vermeende dubbele verzwaring door het beleid van het UWV. Het UWV ging hiertegen in hoger beroep.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het beleid van het UWV, dat bij een derde overtreding een boete van 37,5% van het premieverschil oplegt, niet onredelijk is en geen dubbele verzwaring inhoudt. De Raad benadrukt dat herhaalde overtredingen binnen vijf jaar een zwaardere sanctie rechtvaardigen en dat de boete in overeenstemming is met het toepassingsbesluit.
Daarom vernietigt de Raad het vonnis van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van het UWV gegrond, waarbij de boete van 37,5% gehandhaafd blijft. De Raad ziet geen grond voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro voor matiging.
Uitkomst: De boete van 37,5% van het premieverschil voor de derde overtreding van de 5%-regeling wordt gehandhaafd.